Tussenhuur: (ver)huurder komt terug

Bij tussenhuur verhuurt de eigenaar of de huurder de woning tijdelijk met de bedoeling om er later zelf weer te gaan wonen. De tijdelijke huurder bewoont de woning als het ware “tussen” de woonperiodes van de eigenaar of onderverhuurder in. Om het de eigenaar of huurder niet onmogelijk te maken om later weer in de woning te gaan wonen is de huurbescherming voor tussenhuurders beperkt. Om meer precies te zijn: normaliter mag een huurovereenkomst niet voor een bepaalde tijd zijn maar bij tussenhuur mag dat wel. Tussenhuur met een beperkte huurbescherming is echter alleen toegestaan als duidelijk is afgesproken dat de huur eindigt na een bepaalde datum en in de volgende gevallen:

a. de eigenaar heeft de woning nog nooit eerder verhuurd en gaat na afloop van de tussenhuur zelf in de woning wonen;

b. de eigenaar is de vorige bewoner en gaat na afloop van de tussenhuur zelf weer in de woning wonen;

c. de eigenaar verhuurt een woning aan een derde maar de oorspronkelijke huurder heeft het recht om weer in de woning te gaan wonen na afloop van de tussenhuur.

Voorbeelden

Bij a. Een huiseigenaar laat een huis bouwen met de bedoeling om er zelf te gaan wonen. Door omstandigheden (bijvoorbeeld de startdatum van een nieuwe baan) kan hij pas later in het huis gaan wonen dan gepland. In de tussentijd verhuurt hij het huis.

Bij b. Een huiseigenaar gaat één jaar naar het buitenland. De huiseigenaar spreekt met een huurder af dat hij in de tussentijd zijn huis kan huren en het huurcontract afloopt na een jaar zodat hij opnieuw in zijn eigen woning kan gaan wonen.

Bij c. Een student huurt een kamer. De student wil een semester gaan studeren in het buitenland. De student mag nadat hij terug is uit het buitenland opnieuw in de kamer gaan wonen omdat hij nog steeds een huurcontract heeft. In de tussentijd verhuurt de eigenaar van het pand de kamer een half jaar aan een buitenlandse student. Deze situatie komt niet vaak voor omdat een huurder in de praktijk meestal zijn woonruimte onderverhuurt. Onderverhuur is geen tussenhuur.

Tekst van het wetsartikel

Artikel 7:274 lid 2 sub a, b en c Burgerlijk Wetboek: “In het geval dat uitdrukkelijk is bedongen dat de gehuurde woonruimte na afloop van de bij dat beding overeengekomen termijn moet worden ontruimd, kan de verhuurder overeenkomstig lid 1 aanhef en onder b, op dat beding de in dat lid bedoelde vordering gronden:

a.                  indien de verhuurder die de woonruimte niet zelf heeft bewoond, noch deze eerder heeft verhuurd, na afloop van die termijn de woning zelf wil betrekken;

b.                  indien de verhuurder die zelf de vorige bewoner van de woonruimte is, na afloop van die termijn die woonruimte zelf opnieuw wil betrekken;

c.                   indien de verhuurder jegens wie de vorige huurder het recht heeft verkregen na afloop van die termijn de woning opnieuw te betrekken, deze huurder daartoe gelegenheid wil geven”.