Bruikleen

Bruikleen is eigenlijk geen uitzondering op de huurbescherming omdat bruikleen geen huur is. Bruikleen wordt in de praktijk wel veel gebruikt om woningen tijdelijk te laten bewonen en daarom bespreken we bruikleen uitgebreid op deze website. 

Bruikleen is een overeenkomst waarbij een object 'om niet' (zonder tegenprestatie) in gebruik wordt gegeven, bijvoorbeeld wanneer iemand een fiets aan een ander uitleent om een ritje op te maken. Bruikleen is geen huur en daarom is het huurrecht en er is daarom geen huurbescherming van toepassing (zie huurbescherming over wat huurbescherming inhoudt). Veel antikraakbedrijven laten mensen panden bewonen op basis van contracten met de titel 'bruikleen'. De bewoners betalen echter in vrijwel alle gevallen een maandelijks geldelijk bedrag. Dit bedrag wordt geen huur genoemd maar op basis van de wet en jurisprudentie zou dat wel degelijk als huur gezien kunnen worden. Dit is des te meer het geval als het antikraakbedrijf niet kan aantonen waar de kosten een vergoeding voor zijn. Het is wel mogelijk dat kosten voor gas, water, elektriciteit of andere kosten die onder verantwoordelijkheid van de bewoner vallen worden doorgerekend. Als men een auto leent is het nog geen huurauto als men de verbruikte benzine betaalt. Zodra een anti-kraak bedrijf een vergoeding vraagt voor administratiekosten, kantoorkosten of ongespecificeerde bedragen dan is er al gauw sprake van huur.

Tekst van het wetsartikel

Bruikleen is weergegeven in artikel 7A:1777 en luidt als volgt: "Bruikleening is eene overeenkomst, waarbij de eene partij aan de andere eene zaak om niet ten gebruike geeft, onder voorwaarde dat degene die deze zaak ontvangt, dezelve, na daarvan gebruik te hebben gemaakt, of na eenen bepaalden tijd, zal terug geven". De volledige tekst van de wet is hier te vinden. Let op! Bruikleen is geen onderdeel van het huurrecht. Er is bij bruikleen geen sprake van huur.

Meer over de wettekst en de ontstaansgeschiedenis van bruikleen

Voor iedereen die meer wil weten over bruikleen hebben we hier meer achtergrondinformatie opgenomen. Bruikleen is gedefinieerd in artikel 7A:1777 Burgerlijk Wetboek. Artikel 7A:1777 is een bijzonder artikel omdat het nog één van de weinig wetsartikelen is dat nog in boek 7A staat. Boek 7A bestaat uit wetsartikelen die nog niet zijn opgenomen in het nieuwe burgerlijk wetboek. Het oude burgerlijk wetboek uit 1838 is vanaf 1992 vervangen door het nieuw burgerlijk wetboek. Oude artikelen die voorlopig nog gelden staan onder het oude nummer voorafgaand aan 7A in het nieuw burgerlijk wetboek. De wettekst van artikel 7A:1777 is als volgt: ">Bruikleening is eene overeenkomst, waarbij de eene partij aan de andere eene zaak om niet ten gebruike geeft, onder voorwaarde dat degene die deze zaak ontvangt, dezelve, na daarvan gebruik te hebben gemaakt, of na eenen bepaalden tijd, zal terug geven". Het feit dat het oude burgerlijk wetboek 173 jaar oud is verklaart het ouderwetse taalgebruik. Toen de wetgever begin negentiende eeuw dit artikel heeft ingevoerd zag de wereld er heel anders uit. Sociale wetgeving en huurbescherming ontstonden bijna een eeuw later. Bij het opstellen van de definitie van bruikleen had de wetgever hoogstwaarschijnlijk niet het verhuren van woonruimte in gedachten, een constructie waarbij de huurbescherming kan worden omzeild.