Huurbescherming

Het uitgangspunt van het Nederlandse recht is dat een mondelinge of schriftelijke afspraak om in ruil voor een tegenprestatie een woonruimte te mogen gebruiken een huurovereenkomst is. Bij elke huurovereenkomst geldt huurbescherming. Dat betekent onder andere dat het huurcontract voor onbepaalde tijd is. Een huurcontract met een einddatum is in principe niet toegestaan. De huurder en verhuurder kunnen daar niet van afwijken, ook niet als zei in het contract andere afspraken maken. Natuurlijk kunnen verhuurder en huurder na het afsluiten van het huurcontract het huurcontract beeindigen, maar alleen met instemming van de huurder of via de rechter met een reden die in de wet genoemd staat.

Precieze inhoud huurbescherming
De huurbescherming wordt geregeld in afdeling 5 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 232 tot en met 282). Deze afdeling bevat het huurrecht van woonruimte. Een aantal van deze artikelen is bedoeld om de huurder te beschermen tegen de verhuurder. Deze artikelen samen zijn de huurbescherming. De belangrijkste artikelen zijn:

 ·                    7:271 BW; Een huurcontract mag niet tijdelijk zijn. Een normale huurovereenkomst kan niet automatisch eindigen door het verstrijken van een afgesproken tijd. De verhuurder mag het  huurcontract alleen opzeggen met een reden die in de wet genoemd staat (zie artikel 7:274 BW) en de verhuurder moet de huurder een bepaalde termijn (opzegtermijn) gunnen om een andere woning te vinden.

·                    7:272 lid 1 BW; Bovendien kan een huurcontract niet tegen de wil van de huurder worden opgezegd door de verhuurder zonder tussenkomst van een rechter. De rechter is een onafhankelijke derde die controleert of de verhuurder een geldige reden heeft om het huurcontract te beëindigen.

·                    7:275 BW; Als een huurder uit zijn woning wordt gezet via de rechter dan kan de rechter de huurder een verhuisvergoeding toekennen die de verhuurder moet betalen. Het is gebruikelijk dat de verhuurder een vergoeding betaalt als het de verhuurder is die het huurcontract opzegt. Deze vergoeding kan oplopen tot een paar duizend euro.

Dit zijn de belangrijkste onderdelen van de huurbescherming. Voor een compleet overzicht bekijkt u afdeling 5 van boek 7 van het burgerlijk wetboek, zie hier voor het huurrecht met alle onderdelen van de huurbescherming gemarkeerd.

Uitzonderingen
Er zijn in het huurrecht ook uitzonderingen waarbij er geen of minder huurbescherming geldt. Er mag dan een tijdelijk huurcontract worden afgesloten. De vraag is wanneer de wet een uitzonderingen op de huurbescherming toestaat en tijdelijke huur toegestaan is. U vindt de uitzonderingen uitgebreid beschreven onder tijdelijke huur.

Tabel met daarin de uitzonderingen op de huurbescherming

Uitzonderingen op huurbescherming

Hoeveel huurbescherming?

Bruikleen

Geen, want bruikleen is geen huur.

Naar aard van korte duur

Geen, artikel. 7:232 lid 2 BW schakelt afdeling 5 uit.

Leegstandwet

Artikel 15 lid 1 en artikel 16 lid 1 van de Leegstandwet schakelen artikel 232, 242, 247, 269 lid 1 en 2, 270, 271 lid 4 tot en met 8, 272 tot en met 277, 278 lid 1 en 2 en 281 van boek 7 van het BW uit. Aan artikel 271 lid 1, 2 en 3 wordt speciale werking toegekend, zie 16 lid 6 en 8 Leegstandwet.

Tussenhuur

Artikel 7:274 lid 2 BW schakelt impliciet artikel 7:271 lid 1 uit (het huurcontract kan na de verloop van een termijn aflopen).

Hospitahuur

Artikel 7:232 lid 3 schakelt artikelen 206 lid 3, 270, 271 lid 4, 272 tot en met 277 en 281 uit.

Gemeentelijk slooppand

Artikel 7:232 lid 4 BW schakelt artikelen 206 lid 3, 269 lid 1 en 2, 270, 271 tot en met 277, 278 leden 1 en 2 en 281 uit.