Gerechtshof Leeuwarden 29 oktober 1997 - Praktijkgids 1997/4867

PRG 1997/4867



President Rechtbank Groningen 24 juli 1997 (mr. C.L. Keijzer)
Gerechtshof Leeuwarden 29 oktober 1997 nr. 9700 305
(mrs. Du Perron, Postma, Mollema, m.nt. prof. mr. P. Abas)

Art. 6:2, lid 1 en 6:248; 7A:1623a Burgerlijk Wetboek.

[Essentie] Verhuur van vakantiehuis naar haar aard van korte duur? President: Neen. Hof: Ja, doch zo neen, dan is gelet op huurprijs per dag, dat privé-zaken van verhuurder in de woning waren achtergebleven, dat verhuurder de woning gedurende enkele weekeinden zelf mocht gebruiken, en dat elektriciteit en telefoon op naam van verhuurder bleven staan, een beroep op huurbescherming in strijd met redelijkheid en billijkheid.
Eisers verhuren hun vakantiehuis te Leermens aan gedaagden met ingang van 1 februari 1997 tegen huurprijs van ƒ 25 per dag waarbij eisers het recht hebben de woning gedurende enkele weekeinden te gebruiken. Eisers zeggen bij brief van 2 april 1997 de huur op. Als huurders berichten niet in te stemmen met de beëindiging van de huurovereenkomst vorderen eisers in kort geding ontruiming van de woning; zij stellen dat zij de woning als een vriendendienst voor korte tijd ter beschikking van gedaagden hebben gesteld en dat de prijs moet worden gezien als een onkostenvergoeding. Voorts bevonden zich in de woning nog kleding en proviand van eisers, terwijl ook telefoon en elektriciteit op hun naam bleef staan. Subsidiair achten zij een beroep op huurbescherming in strijd is met redelijkheid en billijkheid.
De president oordeelt dat onder omstandigheden er geen sprake is van een gebruik van de woning dat naar zijn aard van korte duur is. Partijen hebben een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd afgesloten. Volgt afwijzing. Diezelfde omstandigheden brengen het Hof tot het oordeel dat, zo de rechter in een eventuele bodemprocedure al niet tot de conclusie zou komen dat de artikelen 7A:1623a e.v. BW niet van toepassing zijn, redelijkheid en billijkheid een beroep op huurbescherming verhinderen, waarbij zwaar weegt de huurprijs per dag, dat in de woning diverse privé-zaken van eisers waren, dat eisers desgewenst zelf ook van de woning gebruik konden maken en dat de telefoon op naam van eisers was blijven staan. Volgt toewijzing.

[Tekst] Inzake
Pres. Rb. Groningen 24 juli 1997
1.
C.P. Fuchs,
2. M.-C. Fuchs, beiden wonende te Oldenburg, BRD, eisers, procureur mr. A.A. Westers
tegen
1. G.J. Jansen,
2. E. van Baren, beiden verblijvende te Leermens, gedaagden, procureur mr. M.C. van Linde
en
Hof Leeuwarden 29 oktober 1997:
1.
C.P. Fuchs,
2. M.-C. Fuchs, beiden wonende te Oldenburg, BRD, appellanten, in eerste aanleg eisers, procureur mr. P. Tuinman
tegen
G.J. Jansen, verblijfhoudende te Leermens, geïntimeerde, in eerste aanleg mede-gedaagde, procureur mr. H.N.M.M. van Wilgenburg.
Het vonnis van 24 juli 1997
Rechtsoverwegingen
Vaststaande feiten
Eiseres sub 2 is eigenares van het pand Kapslaan 3 te Leermens. Dit pand wordt door Fuchs gebruikt als vakantiehuis en is volledig gemeubileerd.
Jansen is kunstschilder en in verband met een tentoonstelling in Middelstum zochten gedaagden onderdak in het Noorden. Gedaagden kwamen via L. van Baren, de zus van Van Baren en buurvrouw van Fuchs, in contact met Fuchs. Vanaf 1 februari 1997 gebruiken gedaagden de woning van Fuchs voor een bedrag ƒ 25 per dag of ƒ 750 per maand. Partijen zijn eveneens overeengekomen dat Fuchs de woning enkele weekenden kan gebruiken.
Bij brief van 2 april 1997 heeft Fuchs de huur opgezegd tegen 15 mei 1997, omdat hij gezien de toestand waarin hij de woning had aangetroffen, niet langer bereid was om de woning te verhuren. Bij brief van 4 mei heeft Jansen aangegeven niet accoord te gaan met de beëindiging van de huur.
Standpunt van Fuchs
Er is sprake van gebruik van de woonruimte dat naar zijn aard slechts van korte duur is, zoals bedoeld in art. 1623a lid 1 BW. Fuchs heeft bij wijze van vriendendienst aan zijn buurvrouw gedaagden onderdak willen verlenen, omdat L. van Baren daarom vroeg. Dit gold voor de duur van de tentoonstelling in Middelstum. Nu deze tentoonstelling voorbij is, dienen gedaagden de woning te ontruimen; zij kunnen zich niet op huurbescherming beroepen.
Dit blijkt ondermeer ook uit het feit dat de woning volledig gemeubileerd is, zich daarin kleding en proviand van Fuchs bevindt en telefoon en electriciteit op zijn naam staan. De prijs heeft het karakter van een onkostenvergoeding.
Subsidiair is onder de gegeven omstandigheden het beroep van gedaagden op huurbescherming in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Standpunt van Van Baren
Van Baren woont in Amsterdam en geniet daar een uitkering. Zij is geen huurder van de woning te Leermens, noch verblijft zij daar. Fuchs heeft zodoende geen belang bij de gevraagde voorziening.
Standpunt van Jansen
Tijdens het telefoongesprek van L. van Baren met Fuchs heeft Jansen naar de mogelijkheid geïnformeerd om in de woning te gaan wonen. Voor een bedrag van ƒ 750 per maand was Fuchs bereid de woning te verhuren. Jansen ging hiermee accoord en huurde de woning voor onbepaalde tijd vanaf 1 maart 1997.
De tentoonstelling in Middelstum eindigde op 26 februari 1997. De huurovereenkomst is ingegaan per 1 maart 1997, zodat blijkt dat de huur niets te maken had met de duur van de tentoonstelling. De huur is derhalve aangegaan voor onbepaalde tijd. Jansen geniet daarom huurbescherming. Ook is van een wettelijke opzeggingsgrond niet gebleken.
Beoordeling van het geschil
Ten aanzien van Van Baren is niet weersproken dat zij in Amsterdam woont, zodat wegens het ontbreken van belang de vordering ten aanzien van Van Baren wordt afgewezen.
Ten aanzien van Jansen heeft Fuchs niet weersproken dat deze met ingang van 1 maart 1997 tegen betaling van ƒ 750 per maand in het huis kon gaan wonen. Op deze datum was de tentoonstelling in Middelstum reeds beëindigd. Dat het gebruik in verband met die tentoonstelling naar zijn aard van korte duur was, is dan ook niet aannemelijk. Daarmee strookt dat Fuchs in zijn brief van 2 april 1997 meedeelt dat hij niet langer bereid is om de woning te verhuren; op beperkte duur van de overeenkomst doet hij geen beroep. Er dient derhalve van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd te worden uitgegaan.
Dit brengt mee dat Jansen een beroep op huurbescherming toekomt.
Anders dan Fuchs meent verzetten de door hem aangevoerde feiten en omstandigheden zich niet tegen een beroep daarop, wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. Nu partijen hadden afgesproken dat Fuchs desgewenst weekeinden van het huis gebruik kon maken, kan aan die omstandigheden voorshands geen andere betekenis worden gehecht dan dat Jansen het gebruik van de woning aan die situatie aanpaste. De vordering van Fuchs zal derhalve worden afgewezen.
Fuchs zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit kort geding worden veroordeeld.
Het arrest van 29 oktober 1997
De beoordeling
Tegen de weergave van de vaststaande feiten in de eerste rechtsoverweging van het beroepen vonnis is geen grief ontwikkeld, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan.
Tevens is in hoger beroep - voorzover thans van belang - nog het volgende komen vast te staan:
- Tussen Fuchs c.s. en Liesbeth van Baren bestond een vriendschappelijke relatie.
- Chr.P. Fuchs heeft, ter bevestiging van het op 12 januari 1997 tussen hem en Liesbeth van Baren (de zuster van de vriendin van Jansen) gevoerde telefoongesprek, op 14 januari 1997 een brief aan Liesbeth van Baren gestuurd. Daarin staat onder meer het volgende:

 

"Mietpreis 25 hfl/pro Tag entsprechend 750 hfl/pro Monat einschl. Gas, Strom, Wasser, exclusive Telefon.

 

 

Telefon bitte irgendwie erfassen.

 

 

Im Bauwagen können von mir aus zur Ausstellung auch Leute schlafen.

 

 

Wenn wir einmal kommen, möchten wir allerdings auch im Haus schlafen, es wird sich schon irgendwie eine Regelung ergeben."

- Chr.P. Fuchs heeft de sleutels van de woning te Leermens samen met voormelde brief gezonden aan genoemde Liesbeth van Baren.
- Jansen bewoonde op 12 januari 1997 een woning in Amsterdam.
- De woning van Fuchs c.s. te Leermens was - toen deze door Jansen werd betrokken - volledig gemeubileerd en ingericht. Alle inventariszaken, waaronder stoelen, tafels, bedden, keukenapparatuur, borden, bestek, linnengoed en dergelijke zijn eigendom van Fuchs c.s. In de woning bevond zich tevens kleding van Fuchs c.s., alsmede een voorraad proviand.
- De woning is gelegen op een perceel ter grootte van 2630 vierkante meter.
- Fuchs c.s. hebben het paasweekend (27 maart tot 1 april 1997) gebruik gemaakt van de woning in Leermens. Jansen was toen, niet aanwezig.
Met betrekking tot de grieven
1.
De grieven hebben de strekking het geschil in volle omvang aan het oordeel van het hof te onderwerpen. Ze zullen daarom gezamenlijk worden behandeld.
2. Voorop staat dat beroep van een huurder op huurbescherming onder bepaalde omstandigheden als strijdig met de redelijkheid en billijkheid terzijde kan worden gesteld, zij het dat aan zware eisen moet worden voldaan alvorens zo'n beroep kan worden gehonoreerd.
3. Het hof stelt vast dat het Liesbeth van Baren, de zuster van de vriendin van Jansen, is geweest die op 12 januari 1997 telefonisch contact heeft gezocht met Fuchs c.s. Uit de als productie 3 door Jansen bij pleidooi in eerste aanleg overgelegde verklaring van genoemde Liesbeth van Baren blijkt dat zij, nadat zij toestemming had gevraagd om Jansen, haar zus en een twaalftal vrienden/kennissen van Jansen gedurende het weekend van 1 en 2 februari 1997 te mogen huisvesten in de woning van Fuchs c.s. te Leermens, heeft aangegeven dat haar zuster en Jansen uit Frankrijk zouden vertrekken en een huis in Nederland zochten. Nadat Chr. P. Fuchs daarop positief reageerde heeft zij de hoorn overgegeven aan Jansen.
Nu Jansen en zijn vriendin op dat moment reeds over een woning in Amsterdam beschikten was de betreffende mededeling van Liesbeth van Baren onjuist.
4. De vaststaande feiten alsmede het hiervoor onder 3 overwogene maken het voorshands aannemelijk dat Fuchs c.s. de betreffende woning, bij wijze van vriendendienst, aan Jansen in gebruik hebben afgestaan om hem en zijn vriendin uit de brand te helpen, alsmede dat partijen - bij het sluiten van de overeenkomst - een zowel in duur als in omvang beperkt gebruik voor ogen heeft gestaan.
In dat verband kan worden onderstreept dat een prijs per dag en een daarop gebaseerde prijs per maand is overeengekomen, inclusief stroom, gas en water, dat zich in de woning naast de gebruikelijke inventaris ook diverse privé-zaken (kleding en voedsel) van Fuchs c.s. bevonden, alsmede dat Fuchs c.s. desgewenst zelf (ook) in de woning konden verblijven, zoals in het paasweekeinde ook is gebeurd. Illustratief is in dat verband ook nog dat de telefoon op naam van Fuchs c.s. is blijven staan en dat van Jansen werd verwacht dat hij zelf de door hem gepleegde telefoontjes zou registreren ("erfassen") en (naar mag worden aangenomen) later met Fuchs c.s. zou afrekenen.
5. Het vorenstaande brengt het hof voorshands tot het oordeel dat, zo de rechter in een eventuele bodemprocedure al niet tot de conclusie zou komen dat i.c. de art. 7A:1623 a e.v. BW niet van toepassing zijn, in ieder geval aan de zware eisen als hiervoor bedoeld is voldaan en dat het beroep van Jansen op huurbescherming onder de gegeven omstandigheden als strijdig met de redelijkheid en de billijkheid terzijde moet worden gesteld. De grieven slagen derhalve en de vordering van Fuchs c.s. zal alsnog worden toegewezen als na te melden, met dien verstande dat de termijn waarbinnen Jansen met de zijnen en het zijne de woning na betekening van dit arrest zal dienen te verlaten door het hof in redelijkheid zal worden bepaald op 4 weken.
Fuchs c.s. hebben in eerste aanleg gevorderd dat het vonnis - voor zover mogelijk - uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Nu zij daarvan in hoger beroep niet uitdrukkelijk afstand hebben gedaan moet het er - mede gelet op de aard van de procedure - voor worden gehouden dat zij dit deel van hun vordering ook in hoger beroep wensen te handhaven.
Slotsom
5.
Het beroepen vonnis dient te worden vernietigd. Jansen zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties. (Salaris procureur in eerste aanleg ƒ 1500 en in beroep ƒ 1400. Red.)